Koningin Maxima in Leidsche Rijn

De wijk oogt nieuw en is nog volop in aanbouw, maar toch bestaat Leidsche Rijn al twintig jaar. Vrijdag waren er allerlei feestelijkheden in het stadsdeel ten westen van Utrecht. En koningin Máxima vierde ze mee.

Ko en Mieke Buijs woonden al in Leidsche Rijn voordat de wijk bestond. De 65-plussers zijn donderdag op de fiets naar het centrum van de nieuwbouwstad gekomen. „Ons huis staat in wat vroeger De Meern was. Sinds 1996 wonen we officieel in Leidsche Rijn. We kregen in dat jaar ook een andere postcode”, vertelt Ko Buijs. „Eerst zaten we tussen de boerderijen en kwam er veel doorgaand verkeer langs ons huis. Dat verkeer is verdwenen en daar zijn we heel blij mee.”
En verder? Hoe is het om eerst in het weidse groen te wonen en dan ingesloten te raken in een nieuwbouwwijk?

Bomen uit de grond
Buijs haalt lichtjes zijn schouders op. „Het is op ons afgekomen. We zijn meegegroeid. De komst van duizenden mensen benauwde ons wel wat hoor, in het begin. We zagen bomen uit de grond getrokken worden, en daarvoor huizen in de plaats komen. Maar aan de andere kant is het ook weer niet zo snel gegaan als eerst werd gedacht.”

De bedoeling was dat de wijk in 2007 al klaar zou zijn. Mede door de economische crisis kwam daar vertraging in. Anno 2018 wordt er nog volop gebouwd, wat direct bij het verlaten van het station –op maar vier treinminuten afstand van Utrecht Centraal– al goed te merken is.
Het winkelcentrum van Leidsche Rijn ligt naast het station en is hier en daar een behoorlijke bouwput, terwijl het bestaande aanbod nu al niet onderdoet voor dat van een flinke stad.

Kinderzitje
Volgens de gemeente Utrecht is het nieuwbouwproject Leidsche Rijn –dat in zowel de wijk Leidsche Rijn als in Vleuten-De Meern ligt– het grootste van Nederland. Op dit moment wonen er ruim 85.000 mensen. Naar verwachting zal dat aantal in 2030 gestegen zijn tot 110.000. Ter vergelijking: in de stad Utrecht wonen op dit moment 350.000 mensen.
Jan Willem Cobelens, fiets aan de hand en zoontje voorop in een kinderzitje, heeft net boodschappen gedaan. Hij vertelt vrolijk dat zijn gezin helemaal is ingeburgerd in het stadsdeel. „We zijn zelfs al binnen de wijk verhuisd; sinds anderhalf jaar wonen we in een hoekhuis in een soort hofje. Nu kijken we nog uit op groen, alleen blijft dat niet zo; er komen flats. Dat wisten we overigens al toen we het huis kochten.”
Leidsche Rijn heeft nog niet de gezelligheid en sfeer van de oudere stad Utrecht, zegt Cobelens, maar als je van architectuur houdt, is het er volgens hem goed toeven.
„Je hebt hier een mengelmoes van stijlen, er hebben veel verschillende architecten aan deze wijk gewerkt en dat zie je echt terug.”
Toch kwam het stadsdeel de afgelopen jaren niet altijd positief in het nieuws. Zo zou er veel eenzaamheid zijn en werd de wijk wel vergeleken met een hotel waar mensen alleen komen om te slapen en uit te rusten van hun activiteiten elders in het land.

Appgroep
Cobelens ziet echter geen minpunten, zegt hij na even nadenken. Met de saamhorigheid in zijn buurt zit het in elk geval wel goed. „We hebben in ons hofje een appgroep, waarin we elkaar van allerlei zaken op de hoogte houden. En binnenkort wordt er vlak bij ons huis een mooie, grote speeltuin geopend. Daar kijken we reikhalzend naar uit. Onze buurt is heel kinderrijk, dus daar zal goed gebruik van worden gemaakt.”
„De komst van duizenden mensen benauwde ons wel wat hoor, in het begin”
Biddend pionieren in „stille” Utrechtse woonwijk

Sinds twee jaar is Jos Kardol (31) namens de Gereformeerde Gemeenten actief als veldwerker in de wijk Leidsche Rijn. „Daarvoor heb ik een jaar als onderwijzer gewerkt in Ecuador, een land met een bruisende cultuur. De overgang naar een stille, Nederlandse nieuwbouwwijk met veel gesloten deuren was dan ook groot. Maar de afgelopen twee jaar heb ik ontdekt dat hier toch ook best te leven is.”

Kardol werkt samen met vijftig vrijwilligers vanuit christelijk ontmoetingscentrum De Hoeksteen. „We proberen in contact te komen met mensen uit de wijk en hen in aanraking te brengen met het Evangelie”, legt hij uit.

Voor wijkbewoners van alle leeftijden worden er in het centrum activiteiten georganiseerd: er zijn kinder- en tienerclubs, thema-avonden en creatieve workshops en er wordt zangles en huiswerkbegeleiding aangeboden.

„Zelf probeer ik veel bezoekwerk te doen en in de wijk aanwezig te zijn om contacten te leggen. Ook doen we regelmatig aan straatevangelisatie.”

Het is mooi en dankbaar werk, maar ook intensief, zegt de veldwerker. „Je bent voortdurend aan het pionieren, aan het nadenken over hoe je mensen in aanraking kunt brengen met het Woord van God. Ik ben verwonderd over wat we hier inmiddels hebben kunnen opzetten en wat de Heere daarin gegeven heeft. Het blijft een zoektocht in gebed.”

Kardol vertelt dat er elke dinsdag, woensdag en donderdagochtend dagopeningen gehouden worden in De Hoeksteen. „Dan lezen we een psalm en bidden we voor de wijk. Iedereen mag komen; er zijn geregeld mensen uit onze eigen gemeenten, maar ook vrijwilligers en mensen uit de wijk ontmoeten we tijdens deze dagopeningen.”

Volgens Kardol is de bekendheid van De Hoeksteen in de afgelopen vijftien jaar gegroeid en neemt de belangstelling van wijkbewoners toe. Het centrum is een project van de classis Utrecht, waartoe dertien gereformeerde gemeenten behoren.

Binnenkort heeft de gereformeerde gemeente van Utrecht ook een eigen kerkgebouw in Leidsche Rijn. „De bouw is inmiddels van start gegaan. We hopen eind volgend jaar onze kerk in gebruik te mogen nemen.”
Bron: rd.nl